Die tuin van ons…er is eigenlijk geen plek waar ik mezelf liever even opkrul op een stoel.
En soms maak je dan vanzelf allemaal leuke dingen mee in zo’n half uurtje…
Zo zat ik daarnet heel even naast onze inmiddels niet meer zo tijdelijke huisvesting van kikkers en salamanders toen we vorig jaar onze vijver vernieuwden. In de rechter ton woont mevrouw Frogette. En mevrouw Frogette is een dikke, vette kikkeres.
Dit is ze, mevrouw Frogette. Ze is groot en uitzonderlijk veel dikker dan de kikkeressen in onze ‘grote’ vijver. Vanmiddag begreep ik ineens waarom. Over de rand van haar verblijf heeft een pol gras zich ontwikkeld tot glijbaan tot op de grond cq. landingsbaan voor insecten. Een hele dikke bromvlieg landde een paar centimeter voor haar in het zonnetje op het gras. Veel meer dan dat heeft hij ook niet meer meegemaakt. Mevrouw Frogette verorberde hem pijlsnel met huid en haar. Ik dacht dat kikkers altijd zo’n plaktong wegschoten, maar ze pakte ‘m gewoon met haar bek. En voor ze hem doorslikte, opende ze haar bek nog een klein beetje om de vlieg met haar tong (hebben kikkers een tong?) om te draaien of aan te duwen. En toen ‘gloep’, was bromvlieg geschiedenis. Mevrouw Frogette kroop tevreden terug op haar plekje. Zie hier.

Na haar vette vangst, was mevrouw Frogette wel uitgejaagd voor het moment.

Ze draaide zich om en werkte zich door de begroeiing van haar ton naar het veilige water toe. Doodstil. Het was dat ik wist dat ze er was. Anders had ik haar niet opgemerkt.

We hebben altijd moeilijkheden met vaststellen of onze kikkers nu bruine of groene zijn. Waarschijnlijk zijn het groene bruine kikkers, begrijp je? Groene kikkers hebben ronde trommelvliezen achter de ogen en bruine kikkers hebben een langgerekte donkere vlek achter de ogen. Groene kikkers kunnen veel groter worden en hebben een felgroene streep op de rug. Anders dan de streep hierboven, dus. Maar écht neongroen. Tenminste, de exemplaren die ik inmiddels in ‘t echt heb gezien en waarmee ik ze vergelijk. Mevrouw Frogette is dus een bruine kikker, denken we.
Na mijn samenzijn met mevrouw Frogette was de rest van de tuin aan de beurt. Kon ik nog meer pareltjes vinden? Het avondzonnetje scheen de onbeschaamde weelde van onze vijver vol aan. Zó veel groen, zó veel leven. We moesten er bankjes omheen bouwen. We kunnen er naar blíjven kijken!
Bij het leven hoort ook de dood en ook daarvan is onze tuin vergeven. Mevrouw Frogette is natuurlijk al de vleesgeworden tegenstelling die zichzelf inhoudt op zich. En hieronder hebben we nog een voorbeeld van één van de roofdieren in onze tuin. Klein, maar ze jagen genadeloos en snel. Ze zitten overal in de tuin tussen de bladeren. Een bedje aardbeien bijhouden voor een paar maandjes en je bent zo van je angst voor spinnen af.

Dieren jagen niet alleen op dieren. Ze doen zich ook tegoed aan onze planten. Deze druif lijkt acne te hebben. Maar in werkelijkheid is het de bladgalmijt die zich aan de bladeren tegoed doet.

Zeer spijtig is het sterven van onze appelboom. Deze boom heeft ons zo veel plezier geschonken. Toen we hier kwamen wonen, schonk ze ons eerst haar bloesem. En een paar maanden later konden we de emmers en bakken niet aangesleept krijgen om haar vruchten in te bewaren. En lekker dat de appels waren! Ze heeft ons 3 zomers lang van appels voorzien.

Tijdens mijn overpeinzingen bij onze appelboom werden we opgeschrikt door een hels kattengejank. In de tuin naast de onze werd een grenskwestie uitgevochten. Silke schrok ervan.
Aangezien ik vanochtend nog dierenartsje had gespeeld en een nagel uit de kop van onze Koos had geplukt (Zat volledig onder de huid. Jaiks!), dacht ik dat onze kater van katoen gaf. Niets bleek minder waar. Koos was van het geloei niet onder de indruk. In het geheel niet!

Bovenop het konijnenhok heeft hij zijn plekje gemaakt op de zachte wollen deken. Eén bonk liefde. Toch?