Behalve mijn eigen dagboeken, ben ik ook in het bezit van een groeiende collectie dagboeken van anderen, vaak beroemde mensen. Ik ben specifiek op zoek naar facsimile dagboeken waarvan de bladzijden gefotografeerd zijn zoals ze oorspronkelijk zijn; in handschrift en beeld. De schrijver van het dagboek is niet zo van belang. Het lezen van een dagboek maakt de schrijver vanzelf interessant. En als de dagboekschrijver in zijn dagboek heeft getekend of er collages in heeft gemaakt, ben ik verkocht! Dan gaat het dagboek mee!

Een tijdje geleden vond ik de dagboeken van Kurt Cobain. Ik was er erg blij mee. De beste man had niet alleen geschreven in zijn dagboek, maar hij had tot mijn grote plezier ook getekend en dingen opgeplakt. Daaronder ook inspiratie voor de muziek van Nirvana. Erg interessant.

Gisteren plofte bij mij “Dirty Blonde” op de deurmat; de dagboeken van Courtney Love.
Net als de dagboeken van Kurt Cobain bevat het geschreven entries, maar ook schetsen en plakboekdingetjes. Hoewel ik met Courtney Love niet echt iets heb, is het bijzonder boeiend om haar dagboeken te lezen. Je ziet het mens achter de ster en dat is interessant.

Zowel de dagboeken van Kurt als van Courtney zijn rauwe dagboeken, niet mooi in taalkundig opzicht, niet mooi in esthetisch opzicht en geen kunst met een hoofdletter K. Het zijn boeken waarin gedachten en gevoelens moesten worden uitgekotst of moesten worden opgeslagen.En tóch zijn ze aantrekkelijk. Ze bevatten namelijk sporen van mensenlevens. En het is ongelooflijk boeiend om die te volgen. Love en Cobain deden dat allebei niet keurig chronologisch of gedisciplineerd. Ze gebruikten gewoon papier dat voorhanden was als dagboekpagina en plakten dat later in hun dagboek; een schrift of een multomap. Heel basic.

Dat stemde me tot nadenken. Ik wil zelf nog wel eens schoorvoetend in het proces van dagboek hakkelen wanneer ik eigenlijk ‘HIER’ en ‘NU’ wil schrijven of tekenen. Want wat dan? Papiertje opplakken in mijn dagboek. Bleh, da’s niet mooi! Of het papiertje los laten rondslingeren, en pas na jaren op een grote stapel losse dagboekpapiertjes plempen om alsnog kwijt te raken (want, wat ik opruim, raak ik kwijt!). Daarover nadenkend stel ik het schrijfmoment dan maar uit tot ik met mijn snufferd boven mijn dagboek zit. Althans, dat ben ik dan van plan. Maar in de praktijk komt dat moment maar al te vaak niet en komt er geen dagboekpagina. Of het momentum is verdwenen en mijn dagboekpagina bestrijkt in de verste verten niet de tendens die ik erin wilde leggen.

Ik vraag me nu af: hoe zou het zijn om niet langer in een dagboek te werken, maar een multomap met fotopapier aan te schaffen waar ik alle voorhanden gekomen (dagboek)papiertjes in plak? Dat kunnen dan evengoed kunstzinnige bladzijden zijn die in de multomap terecht komen. Maar het biedt ook ruimte voor de gedachten in de vijf minuutjes voor je haastend weg moet. En voor het boodschappenbriefje dat je inspireert of irriteert. En de lijst met boeken van de bieb. Die plak je niet zo gauw in je Kunstzinnig Dagboek (al zou dat eigenlijk gewoon wel moeten, maar ja, dat dure papier!). Feitelijk zou je dan een plakboek maken met daarin plek voor geschreven tekst, voor foto’s, voor kunstzinnige dagboekpagina’s en allerlei kleine papiertjes. Je zou er een heel compleet beeld mee kunnen maken. En persoonlijke dagboekverhalen zou je in een envelop kunnen steken zodat anderen het niet zomaar lezen.

Nu ben ik benieuwd: heb jij ervaring met een dergelijke vorm van dagboekschrijven? Zo nee, is dat een bewuste keuze en waarom? En zo ja, hoe beviel of bevalt dat? Wat zijn de sterke kanten en wat zijn de haken en ogen?