Vandaag las ik, in een boek over Symbolisme, een citaat van George Frederick Watts dat me erg aanspreekt:
“Ik schilder ideeën, geen dingen… Het is niet zozeer mijn bedoeling oogstrelende schilderijen te maken als wel om de toeschouwer op belangrijke gedachten te brengen die tot de verbeelding en het hart spreken en het beste en edelste in de mens wakker zullen roepen.”

In mijn zoektocht naar ‘wat voor soort kunstenaar ben ik nou?’ vond ik het altijd moeilijk om mezelf te duiden. Ik behoor niet tot de begenadigde wondertalenten die gewoon verbluffend werk maken, wát ze ook schilderen…ik ben geen grenzenduwer of -breker…ik ben niet hip en wil dat vooral ook niet zijn…maar wat dan wel?

Het citaat hierboven is wellicht wat hoogdravend, maar eigenlijk zegt het wel hoe ik tegen mijn werk aankijk. Ik heb een verhaal te vertellen. En dat doe ik liever met beelden dan met woorden. Want woorden komen uit mijn hoofd en ik ben ervan overtuigd dat het hoofd niet zoveel kan zeggen als intuïtie. Mijn schilderijen komen direct vanuit mijn intuïtie. En zoals het met beelden werkt, is dat mensen veel eerder vanuit hun eigen intuïtie onbevangen naar een beeld kijken dan zich open te stellen voor een talige boodschap. Kijk maar bij hoeveel mensen er een kunst- of illustratieposter of kunstfoto in huis hangt…en kijk dan eens hoeveel mensen een gedichtenbundel in de kast hebben staan. Gedichten zijn volgens mij het talige equivalent van een kunstwerk. Niet alle. Er zijn ook van die nare, veel te literair gepushte gedichten. Maar veruit de meeste gedichten komen niet alleen maar vanuit het hoofd.

Op de kunstacademie een paar jaar geleden, wist ik nog niet wat voor soort kunstenaar ik was. Ik kon dat niet omschrijven. Na een paar jaar doorgroeien, weet ik dat mijn werk poëtisch en symbolisch wil zijn en een verhaal vertelt. Het is intuïtief en afkomstig uit een diepe belevingswereld.